Leven en werk van Antoine Bomon - 1950 - 01

Albert Bomon in 1950, zittend op een moto die hij grotendeels eigenhandig in elkaar knutselde. Na mijn geboorte bouwt hij een zijspan aan de moto, zodat moeder en zoontje wat comfortabeler kunnen meerijden. Papa is op alle vlakken bijzonder handig. Nooit hoeft er een hersteller in huis te komen. En wat hij niet kan kopen knutselt hij zelf in elkaar uit allerlei onderdelen en rommel die hij links en rechts verzamelt. Het spaart ons jonge gezin veel kosten uit. Mijn broer en ik erven deze handigheid.

 

Foto onder: Albert Bomon in 1939, vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Zijn droom om professioneel wielrenner te worden wordt door de oorlog aan flarden geschoten.

Geboren onder het sterrenbeeld Leeuw

 

Ik aanschouw voor het eerst een vleugje van de buitenwereld op 12 augustus 1950 in de Sint-Elisabethkliniek te Zottegem, met behulp van een sectio caesarea (keizersnede). Ik ben de eerste zoon van Simonne Maria Thérèse Van Kerckhove (Ophasselt, 22 april 1927 - Zottegem, 22 mei 2002) en Albert Adolf Bomon (Sint-Antelinks, 27 mei 1922 - Gent, 7 februari 2006).

In mijn geboortejaar is België nog herstellende van de diep doorgebrande oorlogswonden. Door de oorlogsjaren hebben de families van mijn ouders veel van hun welstand verloren. Mijn moeder en vader kwamen ook zeer getraumatiseerd uit de oorlog. Mama haar lievelingsbroer, actief bij het verzet, werd vóór haar ogen door de Duitsers gefusilleerd en papa werd door de bezetter in de koolmijnen tewerkgesteld.

In 1950 woont ons gezin in een piepklein huisje op de grens van de gemeenten Godveerdegem en Steenhuize-Wijnhuize.

Mijn naam heb ik te danken aan Sint-Antonius, de favoriete heilige van mijn moeder. Mijn ouders zijn praktiserend katholiek. Ze gaan wekelijks minstens één keer naar de kerk en bidden voor en na elke maaltijd. Wanneer mama iets niet vindt, zich onwel voelt of de stoomtrein waarmee haar echtgenoot van zijn werk komt vertraging oploopt, roept ze steevast haar "Saint-Antoine" ter hulp. Als haar gebeden verhoord worden steekt ze telkens een muntstukje in het plaasteren spaarpotje van haar Saint-Antoine, die haar dan door een ingebouwd mechanisme met een hoofdknikje bedankt. Is het spaarpotje vol, dan wordt de inhoud aan de kerk geschonken.

 

Moeder Simonne

 

Mama is de dochter van een welstellende edelsmid. Ze verliest haar moeder wanneer ze negen jaar is. Hoewel ze al op negenjarige leeftijd de school moet verlaten om voor haar zussen en broers te zorgen, krijgt ze van huis uit toch een degelijke Franstalige én Nederlandstalige opvoeding. Ze is zeer kunstminnend en sociaal.

 

Vader Albert

 

Papa is uit een veel ruwere steen gebeiteld. Hij is de zoon van een stoer, goedboerend Vlaams landbouwerskoppel. Als jonge knaap droomt hij van een professionele loopbaan als wielrenner, maar de lange oorlog steekt daar een stokje voor. Hij is zeventien jaar als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, net iets te jong om dienst te nemen in het leger. Een goed jaar later wordt hij echter door de Duitse bezetter van de boerderij van zijn ouders gehaald en in de Limburgse kolenmijnen tewerkgesteld. Hij komt uitgemergeld en stug uit de oorlogsjaren en wordt een verwoede motorfreak. Hoe mijn ouders elkaar hebben leren kennen hebben ze me nooit verteld. Feit is dat mama na de oorlog in een naaiwinkel te Gent werkte. Misschien heeft ze mijn vader in die stad ontmoet.

Mijn grootouders

 

Van mijn grootouders langs papa's kant weet ik vrijwel niets. Er zijn geen foto's of documenten van hen bewaard gebleven. Ik heb ze nooit gekend en papa heeft er ook nooit over gesproken. Ik herinner me zelfs hun namen niet. Ik weet alleen dat ze in de streek van Sint-Antelinks (Provincie Oost-Vlaanderen; deelgemeente van Herzele) een landbouwersbedrijf runden. Papa had een zus en twee broers.

 

Van mijn grootouders van mama's kant heb ik nog een foto en een paar gegevens. Mijn grootmoeder van mama's kant (Maria Goditiabois) heb ik ook nooit gekend, want ze stierf al in 1938, twaalf jaar voor mijn geboorte.

Mijn grootvader (Leon Van Kerckhove) kan ik me evenmin herinneren. Hij was wel mijn eerste peter, maar hij stierf toen ik drie jaar was.

 

Over hem vertelde mama een en ander. Hij was een gerespecteerde en veelzijdige edelsmid, die zich zowel tussen arbeiders als in de betere kringen thuisvoelde. Bij zijn eerste vrouw verwekte hij negen kinderen. Nog geen jaar na haar overlijden huwde hij met hun ruim 20 jaar jongere dienstmeid en vestigde zich met zijn hele gezin te Charleroi (Wallonië). Bij zijn tweede vrouw verwekte hij in de daaropvolgende jaren nog eens acht kinderen, die hoofdzakelijk Franstalig werden opgevoed.

 

Maria Goditiabois en Leon Van Kerckhove in 1918. Het gezin leefde in welstand, maar verloor die grotendeels tijdens de Tweede Wereldoorlog.