Een vrolijk kind

 

Ik groei op in een omgeving die zich nog niet door de grote naoorlogse veranderingen laat beïnvloeden. De bewoners uit ons dorp leven, zoals ook de meeste uit alle andere Vlaamse plattelanfsdorpen, nog zoals hun ouders en grootouders het deden. Zij gebruiken ook nog gereedschappen en gebruiksvoorwerpen die in honderden jaren vrijwel niet gewijzigd zijn.

Een badkamer is nog in geen enkel huis in het dorp geïnstalleerd, maar de huiselijke en persoonlijke hygiëne wordt door mama en papa tot hoogste prioriteit uitgeroepen. Mijn broertje en ik hebben niets tekort. Dagelijks kunnen we genieten van verse voeding, rechtstreeks uit vaders tuin geplukt, of supervers van de omliggende boerderijen gehaald.

Ik trap er vrolijk op los in de toen nog verkeersarme straat. Sommige grote Vlaamse steden hebben in het begin van de jaren vijftig al te kampen met verkeersopstoppingen, voornamelijk te wijten aan de veel te smalle straten. Maar in ons dorpje is in die tijd elke voorbijrijdende of geparkeerde auto nog een echte attractie voor de kinderen. Men ziet er ook nog geen verkeersborden in de straten en van verkeerslichten of zebrapaden is in het begin van de jaren vijftig in deze contreien nog helemaal geen sprake.

Enkele automodellen uit het begin van de fifties

 

Na de Tweede Wereldoorlog neemt de productie van auto's in Europa een enorme vlucht. Je moet wel - zelfs voor een kleine gezinswagen - toch al een beetje kapitaalkrachtig zijn om je zo een glanzende vierwieler te kunnen aanschaffen, want een lening voor een auto kun je in die jaren nog niet krijgen. Een rijbewijs hoef je dan nog niet te hebben om de baan op te gaan.

Van links naar rechts en van boven naar onder: Citroen Traction (bj. 1950), Bentley (bj. 1950), Fiat 1400 Cabriolet (bj. 1950), Mercedes 170 V (bj. 1950), DKW F89 Universa Meisterklasse (met half houten carosserie - bj. 1951), Porche (bj. 1952), BMW 501 (bj. 1952), Bugatti Type 101 (bj.1951), Opel Olympia Rekord Caravan (bj. 1953), Ferrari 250 GT (bj.1953). Meer info en foto's over auto's uit de fifties: > Auto's - Wikipedia

Autoraces al heel populair

 

Autoraces zijn al heel populair in het begin van de fifties. In België wordt vanaf 1950 jaarlijks de ‘Grand Prix Formule 1 van België’ voor eenzitauto’s georganiseerd (de eerste ‘Grand Prix van België’ werd in 1925 georganiseerd op het circuit van Spa-Francorchamps en kreeg de eretitel ‘Grote Prijs van Europa’; zeven wagens nemen aan die eerste Belgische race deel en de overwinning gaat naar de Italiaan Antonio Ascari in een Alfa Romeo).

Zeer bekend onder de autosportliefhebbers zijn al de '24 uur van Le Mans' (voor het eerst gereden op 26 en 27 mei 1923) en de 'Grand Prix van Monaco' (1929).

De moeder aller races is echter de ‘Indi 500’ die al sinds 1911 jaarlijks georganiseerd wordt in de VS. De race wordt verreden op de Indianapolis Motor Speedway in Speedway, Indiana. Eerste winnaar van deze race is Ray Harroun, die met zijn Marmon Wasp een snelheid van 120,060 km per uur haalt. Een kleine veertig jaar later (1950) haalt Johnnie Parsons al een snelheid van 199,562 km/u en in 1951 brengt Lee Wallard het snelheidsrecord voor het eerst boven de 200 km per uur (203.170 km/u om precies te zijn). Lee Wallard stopt met racen nadat hij vlak na zijn overwinning ernstige brandwonden heeft opgelopen tijdens een ongeval bij een andere race. Talrijke autopiloten, waaronder verscheidene kampioenen, vinden op de circuits de dood in de jaren vijftig.

 

Foto boven: de Marmon Wasp waarmee Ray Harroun in 1911 al een snelheid van 120 km per uur haalt.

 

Foto hiernaast: Lee Wallard en zijn crew na zijn overwinning in 1951.

 

Leven en werk van Antoine Bomon - 1953 - 01