Leven en werk van Antoine Bomon - 1955 - 02

Moederskindje

Hoe stoer ik mij soms voordoe: ik ben een echt 'moederskindje'. Van mama krijgen wij nooit een tik. Ze kan ontzettend haar keel openzetten als wij niet doen wat van ons gevraagd of verwacht wordt. Maar onmiddellijk daarna overlaadt ze ons alweer met kusjes, troetelwoordjes en knuffels. Mijn broertje en ik zijn haar oogappels en nooit valt mama ook maar één seconde uit haar rol van zorgzame en liefhebbende moeder.

 

De tijd dat we op de Gentsesteenweg wonen vullen mijn broertje en ik met ‘alledaagse’ kinderactiviteiten. We leren te improviseren en ontdekken dat we geen mooie speeltuigen en speelgoed nodig hebben om ons bezig te houden, hoewel we al die dingen natuurlijk weer zouden omarmen moesten we er terug mee geconfronteerd worden. We spelen achter het huis op het groenteveld of in de stallen tussen de kippen en konijnen. Er valt daar altijd wel wat te beleven en van verveling is geen sprake meer. We praten tegen de kippen en konijnen alsof het echte vriendjes zijn, en als ze onze spelregels niet blijken te snappen, jagen wij ze weg uit de stallen en houden ons daar dan met iets anders bezig."

Met mama en broertje. Zoals vaak hang ik hier letterlijk aan mama's rok. We dragen een schortje om buiten te spelen.

Geen 'pantoffelheldjes', maar 'pantoffeldoelwitten'

Soms trekken Jean-Pierre en ik met een wat ouder buurmeisje de velden in. Of we gaan met ons drieën gewapend met een tinnen bekertje en emmertje in de naburige Molenbeek stekelbaarsjes, salamanders en kikkervisjes vissen. Op regenachtige dagen moeten we echter binnen blijven. Dan spelen Jean-Pierre en ik vaak 'metserke' en bouwen we met houtblokjes en lege luciferdoosjes 'uizekes'. Tot wij buiten het geluid van een motor horen. Dan stormen we zonder het eerst te vragen als hazen naar buiten om de aankomende auto op te wachten. Veel auto’s rijden er nog niet voorbij op een dag; dat is dus telkens een hele belevenis. Wij zwaaien dan vrolijk schreeuwend naar de bestuurder en zijn al dolcontent als we zijn aandacht kunnen trekken en hij eens lachend op de claxon drukt. Vrouwen zie je nog maar zelden achter het stuur. We leven nog volop in het ‘mannentijdperk’.

Als we vervolgens met natte en/of modderige voetjes terug naar binnen stormen is het mama’s beurt om te schreeuwen, hoewel dat dan een stuk minder vrolijk klinkt. Maar daar storen we ons al niet meer aan. We kennen ons mama al. Het blijft toch telkens maar bij een schreeuwerige vermaning: 'Als papa straks thuiskomt zal ‘k em zegge da ge weer stout geweest zijd!' Ze zegt het hem nooit. Haar boosheid is telkens al na een paar seconden weggeëbd. Dat betekent echter niet dat mama geen gezag over ons heeft. Meestal zijn we heel gehoorzaam, maar soms is de drang om haar eens te negeren wel ietsje groter dan het verlangen om altijd in haar gratie te staan.

 

Op zondagen, als papa thuis is, vragen we wel altijd eerst heel gedwee toestemming als we naar buiten willen. Niet aan mama, maar aan papa. Meestal gromt hij dan iets wat er op wijst dat we zijn toestemming hebben. Als we zijn gegrom verkeerd begrepen hebben, merken we het wel meteen. Als we wat te ver van hem af staan en hij ons dus niet kan slaan met zijn handen, heeft hij nog een ander doeltreffend wapen: zijn pantoffels. Hij kan er mee naar ons kontje mikken als de beste. Indien er een Olympische discipline ‘pantoffelgooien’ zou bestaan, dat zou papa daar zeker elke keer goud in behalen!

De Molenbeek te Godveerdegem

De Molenbeek-Ter Erpenbeek (in de volksmond Molenbeek) ontspringt in Godveerdegem. De beek slingert zich 25 kilometer door verscheidene plattelandsgemeenten en mondt uit in de Dender te Hofstade. Langs deze beek beleven wij in onze kindertijd tal van leuke avontuurtjes.