1958-leven-en-werk-05

Leven en werk van Antoine Bomon - 1958 -05

Bobbejaan Schoepen bezoekt ons café

 

Enorm populair in die jaren – niet alleen in ons dorp, maar ook in de rest van Vlaanderen en zelfs tot ver buiten onze landsgrenzen – is de charmante ‘zingende cowboy’ Bobbejaan Schoepen. Zijn grote hits worden in ons café letterlijk meegebruld door zowel oudere mannen en vrouwen als door de jeugd. De zanger speelt ook in een aantal films waarin hij jodelend door de prairies trekt en onderweg massa’s vrouwenharten verovert. Ook dat van mijn mama! Maar dat gebeurt pas wanneer ze hem “in levende lijve” heeft ontmoet, en dan nog wel in ons eigenste café! Mama kent vrijwel al zijn bekende liedjes uit het hoofd en kan ze foutloos meezingen. Een film van Bobbejaan Schoepen heeft ze echter nog niet gezien. Zijn uiterlijk kent ze alleen nog maar van de foto’s op de platenhoezen. Tot op die bewuste dag…

 

In onze huidige tijd is hij nog altijd bekend als de oprichter van het pretpark Bobbejaanland, maar Bobbejaan is al in de jaren vijftig een internationaal gewaardeerde vedette. Uit zijn repertorium van 482 nummers gingen vijf miljoen platen over de toonbank: van kleinkunst, levensliederen, filmische instrumentale songs, chansons, tot ronduit geflipte volksmuziek. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste pioniers uit de Belgische muziekgeschiedenis. Ik besteed hier wat extra aandacht aan deze legendarische entertainer omdat hij de eerste beroemdheid is die ik persoonlijk ontmoet, maar vooral omdat hij in het jaar 1958 een zaadje in mijn hoofdje plantte dat jaren later zou uitgroeien tot twee grote jeugddromen, die ik echter maar half en half heb kunnen realiseren.

 

Bobbejaan is geboren op 16 mei 1925 als Modest Hyppoliet Joanna Schoepen en groeit op in een smidse in Boom. Al op jonge leeftijd brengt hij met zijn halfzus Liesje volks variété in de omliggende dorpen, en achteraf gaan ze met de hoed rond. In 1943 debuteert hij met een gedenkwaardig optreden in de Antwerpse Ancienne Belgique. Voor een nokvolle zaal zingt hij het Zuid-Afrikaanse liedje 'Mama, 'k wil 'n man'. Het lied wordt als anti-Duits opgevat omwille van de zin 'Nee mama, nee, ’n Duitse man, die wil ek nie. Want Schweinefleisch dat lus ek nie.' Enkele aanwezige nazi’s voeren Bobbejaan meteen weg en de Ancienne Belgique wordt voor drie weken gesloten. Kort nadien wordt Bobbejaan opgeëist om in Duitsland te werken. Als alternatief verkiest hij te zingen voor de Vlaamse arbeiders die daar verplicht tewerkgesteld zijn. In oktober 1944 wordt hij hiervoor, zonder onderzoek of proces, drie maanden opgesloten in de Mechelse Dossinkazerne.

 

In 1945 vormt hij met zijn dorpsgenoot Kees Brug het duo Two Boys and Two Guitars. Ze treden op van Calais tot Amsterdam en brengen imitaties, dichtkunst, Zuid-Afri¬kaanse liedjes en country, met veel ruimte voor improvisatie en avontuur. In 1947 komt Schoepen in contact met Jacques Kluger, een bekende manager die op zoek is naar talent van eigen bodem. Kluger vraagt hem de Amerikaanse en Canadese troepen te vermaken tijdens de Processen van Neurenberg, in Frankfurt am Main en in Berlijn, dat nog deels met de grond gelijk ligt. Wanneer Kluger plots een vleiend telegram van majoor Mearker krijgt, wordt Schoepen geëngageerd voor een maandenlange tournee door Duitsland. In Berlijn worden zijn floorshows ook bijgewoond door de Amerikaanse generaal en militair gouverneur Lucius D. Clay, die hem vraagt voor twee extra voorstellingen. Deze tournees stimuleren de country-zijde in Bobbejaan.

 

Bobbejaan zingt aanvankelijk niet in het Nederlands. Het is Kluger die hem overhaalt om een Vlaamse plaat op te nemen. In 1948 wordt 'De Jodelende Fluiter' Bobbejaan’s eerste hit. Dat jaar breekt hij ook in Nederland door. Hij wordt vaak gevraagd als gastvedette, onder andere bij het bekende radioprogramma De Bonte Dinsdagavondtrein, gepresenteerd door Frans Muriloff. Die ziet in hem de aangewezen man om te werken voor de Nederlandse Welfare. In 1949 gaat Bobbejaan op tournee voor de Nederlandse strijdkrachten in Indonesië. Hij geeft er tussen het wapengeweld door 127 shows binnen 3 maanden tijd. Omdat hij ook voor de afgelegen troepen gaat zingen krijgt hij van de Nederlandse overheid een onderscheiding voor moed en zelfopoffering. Vijf dagen na zijn thuiskomst begint een tournee in België van 220 dagen. Met nostalgische liedjes als de evergreen 'De lichtjes van de Schelde' (1952) behoort Bobbejaan Schoepen al gauw tot de populairste artiesten van Vlaanderen.

 

In de daaropvolgende jaren toert hij in een twintigtal landen, met onder andere de wereldsterren Josephine Baker, Caterina Valente (eenmalig), Gilbert Bécaud en Toots Thielemans (die in 1951 als gitarist in zijn band speelt). Bobbejaan is vermoedelijk de eerste Europeaan (Groot-Brittannië niet meegerekend) die optreedt in de Grand Ole Opry in Nashville, een van de belangrijkste centra van de countrymuziek in de USA. In 1955 treedt hij er een drietal keer op, onder andere met country ster Roy Acuff. Bobbejaan is ook de enige Vlaamse artiest die ooit samen met de legendarische Elvis Presley in een opnamestudio zat. En er komt ook een optreden met countryzanger Red Foley in Springfield, Missouri. De populaire Amerikaanse countryzanger Tex Williams, grondlegger van de swing country, brengt ruim 20 jaar later een cover uit van Bobbejaan’s 'Fire and Blisters'. Maar nog lang vóór deze opname ontmoeten mama, mijn broertje en ik Bobbejaan Schoepen persoonlijk, ongeveer vier jaar voor hij te Lichtaart het bekende pretpark Bobbejaanland opricht (toen echter nog niet met grote attracties, maar met een theaterzaal voor twaalfhonderd man).

Hoe wij hem ontmoeten vertel ik hierna…

Circus Bobbejaan Schoepen, 1958.

Bobbejaan Schoepen gefotografeerd tijdens een promotietochtje voor zijn circusvoorstelling te

St.-Pieters (Brugge) .

Bobbejaan tijdens een optreden in zijn circus. Hij presenteert, zingt, entertaint en verzorgt er ook de paardenshow. Doordat mama en papa het te druk hebben, kunnen mijn broertje en ik de show in Zottegem niet bijwonen. Maar met zijn bezoek aan ons café heeft hij op ons een zeer grote en blijvende indruk nagelaten.

Bobbejaan Schoepen, de eerste Vlaamse zanger die internationaal doorbreekt.

Bobbejaan Schoepen tijdens een optreden in de Grand Ole Opry in Nashville, een van de belangrijkste centra van de countrymuziek in de USA.

Bobbejaan Schoepen met de al even legendarische Belgische zanger, componist, tekstschrijver (en later ook filmacteur en -regisseur) Jacques Brel (Schaarbeek, 8 april 1929 - Bobigny (Parijs), 9 oktober 1978) in 1955. Brel beleeft pas in 1956 Brel zijn doorbraak met het succesvolle plaatje 'Quand on n'a que l'amour'. ,

Bobbejaan reist tussen 1958 en 1961 nog met zijn ‘Circus Bobbejaan Schoepen’ door heel ons land. Wanneer hij met zijn tent en paarden in de naburige stad Zottegem is neergestreken, vereert hij op een vooravond zomaar ons café met een bezoek. Het is gekend dat Bobbejaan Schoepen zelf promotie maakt voor zijn circusvoorstellingen, soms met een hele promotiekaravaan, maar ook wel eens alleen te paard.

Mijn broertje en ik zitten in de keuken wanneer hij door de Kerkstraat rijdt. Ik weet dus niet hoe mijn moeder reageerde toen hij met zijn gitaar in de hand ons café binnenwandelde. Maar even later komt mama opgewonden de keuken binnengestormd en zegt ze dat “de beroemde zanger van het "duivenkot” in ons café zit en hij zijn gitaar bij zich heeft.

Wanneer ik even later Bobbejaan in het vizier krijg, valt mijn mondje open. Nog nooit eerder heb ik een ‘cowboy’ gezien, en dan nog wel ene met een glanzende gitaar in zijn hand!

Bobbejaan is, na een gemoedelijk praatje met mama en de aanwezige klanten, op een stoel aan een tafeltje gaan zitten. Hij wenkt mijn broertje en mij om tot bij hem te komen. Ik vertel hem al meteen dat we op onze koer ook een duivenkot hebben, maar dat het eigenlijk ons “kasteel” is. Ik herinner me nog dat hij dan speciaal voor mijn broertje en voor mij in ons café zijn populaire duivenkothit zong, waarbij hij zichzelf begeleidde op de gitaar. Nadien neemt hij ons even op zijn schoot en mogen we zelfs eens zijn beroemde witte cowboyhoed op ons hoofdje zetten. Daarna leert hij mij jodelen als een Tiroolse berggeit. Ik herinner me nog goed dat ik toen een besluit van levensbelang nam: ik zou later ook een beroemde, zingende en jodelende cowboy worden.

 

Na zijn onvergetelijk bezoek aan ons café knutsel ik uit karton een hoofddeksel in elkaar dat voor een cowboyhoed moet doorgaan. Ik loop er dagenlang door het dorp mee te paraderen, met de rieten mattenklopper van mijn moeder in de handjes, hopende dat de mensen zouden denken dat het een echte gitaar is. Ik tover ons duivenkot om tot een ‘concertzaaltje’, compleet met een podium van lege, omgekeerde bierbakken. En op een zondagnamiddag kweel ik jodelend voor mijn broertje, Joël en Dianneke (die steeds vaker met haar broer meekomt naar Godveerdegem) een Bobbejaan-repertoire, aangevuld met een paar liedjes die ik ter plaatse uit mijn duim zuig. Ik begeleid mezelf op de rieten mattenklopper en geef, zoals ik Bobbejaan heb zien doen tijdens zijn bezoek aan ons café, de maat aan met mijn rechtervoetje.

 

Mijn eerste 'grote kinderdroom' is geboren, maar door wat zich daarna voltrekt blijft die droom nog enkele jaren achterin mijn hersenpannetje hangen alvorens ik de eerste stapjes naar de verwezenlijking ervan kan zetten.

 

Ik heb Bobbejaan Schoepen nadien nooit meer persoonlijk ontmoet. Wanneer ik in 2007 van de televisiemaatschappij VTM en productiehuis Zuiderkroon de opdracht krijg om een praalwagen te bouwen rond de populaire tv-serie 'Booh!', die meerijdt in de Halloween Parade in Bobbejaanland, is de legendarische zanger en stichter van het pretpark niet aanwezig.

 

Bobbejaan overlijdt op 17 mei 2010 op 85-jarige leeftijd te Turnhout aan een hartstilstand. Bobbejaan blijft vooral in de herinnering voortleven als een zingende, jodelende en fluitende cowboy en als de componist en/of vertolker van onsterfelijke volksdeuntjes en levensliederen. Maar Bobbejaan Schoepen was veel meer dan dat. Hij was een veelzijdige rasartiest, zoals ons land er maar heel weinig gekend heeft. Hij kreeg talrijke nationale en internationale onderscheidingen, waaronder Ridder in de Kroonorde (1986) en Officier in de Orde van Leopold II (1995). Bobbejaan Schoepen is ook de eerste Europeaan die werd opgenomen in de 'Whistlers Hall of Fame' (International Whistlers Convention, 21 juli 2008, uitgereikt in Tokio).

 

Lees meer over Bobbejaan Schoepen op de officiële website:

www.bobbejaan.be