1959-leven-en-werk-01

Leven en werk van Antoine Bomon - 1959 - 01

Getuigen van Jehova strikken mijn ouders in hun netten

 

Enkele maanden nadat de weggejaagde pastoor vervangen is door een jonger en vriendelijker exemplaar in een zwart priesterkleed, strikken van deur tot deur predikende Jehova’s Getuigen mama en papa in hun idyllische en tegelijk angstaanjagende eindetijd ideologie. Totaal ontgoocheld in de vertegenwoordigers van de religie waarmee ze al van kindsbeen af vergroeid zijn, en toch nog gelovend in God en zijn zoon Christus, vormen mijn ouders uiteraard een zeer gemakkelijke prooi voor de mondige verkondigers van de leer van Jehova.

Vooral papa wordt op zeer korte tijd een dogmatisch lid van de beweging. Dat heeft enorme nefaste gevolgen voor mijn broertje en mij. Aan onze grote vrijheid komt abrupt een einde. We worden nu verplicht om de wekelijkse bijbelstudies van de getuigen te volgen en moeten elke zondag mee van deur tot deur gaan 'verkondigen' en boekjes van de getuigen verkopen (alleen mama neemt omwille van haar wankele gezondheid niet deel aan het “veldwerk”).

Volgens de getuigen van Jehova staat het einde der tijden vlak voor de deur en zal armageddon allen die niet tot hun gemeenschap behoren onherroepelijk vernietigen. Een schrikbeeld waar wij nu als kind dagelijks moeten mee leven.

 

Gevangen in een absurde wereld

 

Week na week vervreemden mijn broertje en ik steeds meer van het gewone leven en van onze omgeving. We mogen ineens geen sociale omgang meer hebben met kinderen van niet-getuigen. Feestdagen mogen niet meer gevierd worden en Sinterklaas en de paashaas worden voorgoed uit ons kinderlijk fantasiewereldje gerukt.

We spelen achter de rug van papa (mama laat ons dat nog oogluikend toe) nog wel af en toe met enkele schoolmakkertjes of andere kinderen uit de buurt en doen nog wat andere dingen die van de getuigen van Jehova niet mogen (zoals eens een populaire hit van Bobbejaan Schoepen meezingen), maar onze levenslust komt snel op een ongezond laag peil te staan. Elke ochtend ontwaken we met de schrik dat armageddon die dag zal losbarsten en wij door ons “zondig” gedrag door Jehova vernietigd zullen worden. Een bliksemschicht en donderslag zijn al voldoende om ons de stuipen op het lijf te jagen en de vrees voor armageddon aan te wakkeren, terwijl we vóór de toetreding tot de getuigen van Jehova telkens genoten van de krachten van de natuur.

We mogen ook geen "onzevaders" en "weesgegroetjes" meer prevelen als we ons door iets bedreigd voelen. We worden elke dag door de getuigen van Jehova dieper meegesleurd in een absurde en totaal verwrongen wereld die zowel schrikaanjagend als bizar idyllisch is. Enerzijds leven we elke dag in grote angst voor het op til zijnde armageddon en anderzijds is er de onrealistische belofte van een "Nieuwe Wereld", die God na het armageddon voor de getuigen zal scheppen. Een paradijs waar de getuigen die God zal sparen tijdens het armageddon nooit meer ziek zullen worden en waar de dood niet meer bestaat; een paradijs waar geen enkele vorm van criminaliteit of ellende meer zal bestaan, waar geen enkele natuurramp meer zal plaatsvinden en waar "lammeren tussen de poten van de leeuwen zullen slapen" (leeuwen en andere roofdieren zullen in dat paradijs dus enkel nog gras, groenten en fruit eten, "dat overal overvloedig aanwezig zal zijn").

Veel - al sinds onze prilste kinderjaren ingehamerde - denkbeelden en gewoontes worden volkomen van hun sokkel gehaald en verboden. Zo mogen we bijvoorbeeld na een gebed geen kruisteken meer maken, want Jezus stierf volgens de getuigen niet aan een kruis, maar aan een gewone paal zonder dwarsbalk. Sint-Antonius en alle andere heiligen mogen niet meer aanbeden worden, want dat zijn allemaal "valse" heiligen. Hun beeltenissen mogen ook niet meer onze schouwstenen of muren sieren. We mogen zelf ook Jezus Christus niet meer afbeelden. Er werd in zijn tijd nooit een portret van hem getekend, geschilderd of gebeeldhouwd en niemand weet dus hoe hij er werkelijk heeft uitgezien. Je verjaardag vieren mag niet, want dat is zelfverheerlijking. Een bioscoop of museum bezoeken is "werelds" en wordt dus afgeraden. Later (als er nog een 'later' is, want armageddon staat immers vlak voor de deur) studeren voor dokter, tandarts of verpleegster wordt afgeraden, want die zullen in de "Nieuwe Wereld" immers totaal overbodig zijn. Een instrument bespelen, tekenen of een andere vorm van kunst beoefenen wordt alléén getolereerd als je daarmee bijdraagt om het ‘Woord van God’ te verkondigen. Kortom: wij worden als kind zodanig gehersenspoeld en geïsoleerd dat wij er ons realiteitsbesef bij verliezen.

 

Broertje en ik niet meer welkom in de schooltjes van Godveerdegem

 

Wanneer de nonnen en de nieuwe pastoor ontdekken dat ons gezin definitief naar de getuigen van Jehova overgestapt is, zijn mijn broertje en ik niet meer welkom in de nonnenschool en het kleine gemeenteschooltje. Vooral papa meent nu ook dat Jean-Pierre en ik niet meer thuishoren in een school waar we nog katholieke godsdienstlessen moeten volgen. Een alternatief wordt gevonden in het Koninklijk Atheneum te Zottegem, waar we in plaats van godsdienstles ‘zedenleer’ kunnen volgen. Dus trekken mijn broertje en ik vanaf dan dagelijks te voet via het “boantse” (een veldwegeltje dat Godveerdegem met Zottegem verbindt) naar de naburige stad. We volgen er de gewone lessen, maar tijdens de godsdienstles worden we met een aantal andere kinderen van Zottegemse getuigen van Jehova en kinderen van atheïsten in een apart klaslokaaltje gezet. Ik voel me op die nieuwe school iets beter, maar door het verbod om met kinderen van niet-getuigen om te gaan blijven we afgesneden van het normale sociale leven.

Ik begin me in die periode meer en meer terug te trekken in mijn eigen wereldje en ontdek in tekenen, dat ik al altijd graag gedaan heb, een nieuwe uitlaatklep. Bij mijn broertje, die geen creatieve bezigheden heeft, evolueert de mentale verwarring die door de leer van de getuigen wordt aangericht in een soort vroegtijdige ‘identiteitscrisis’. Hij wordt introverter en tegelijk meer rebels. Opvallend is ook dat hij zich vanaf dan door iedereen “Bob” laat noemen. Als iemand hem aanspreekt met zijn echte voornaam luistert hij gewoonweg niet. Zijn hele verdere leven blijft hij zijn aanspreeknaam Bob behouden.

De enige foto van mezelf die ik nog bezit uit die periode: een klasfoto gemaakt in het Koninklijk Atheneum te Zottegem. Hier zijn de inktpotten al uit de oude schoolbanken verdwenen en mogen we al met een balpen schrijven. In de dorpsschooltjes schreven we nog met pen en inkt, wat voor veel vlekken op ons papier (én kleren) zorgde.

Jezus sterft niet aan kruis, maar aan paal zonder dwarsbalk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgens Jehova's getuigen werd Jezus niet op de berg Golgotha (even buiten de muren van de stad Jeruzalem) aan een kruis genageld, maar aan een paal zonder dwarsbalk, met gekruiste armen en voeten.

Deze theorie wordt gestaafd door vrij recent onderzoek van de katholieke theoloog Gunnar Samuelsson van de Universiteit van Göteborg. Volgens Samuelsson, zelf nochtans overtuigd Christen, wordt er nergens in de Griekse, Romeinse noch Hebreeuwse literatuur melding gemaakt van mensen die als straf aan het kruis genageld werden. Hiervoor onderzocht hij oude teksten van de tijd van Homeros tot de eerste eeuw na Christus.

Doordat volgens hem uit Romeinse, Griekse en Hebreeuwse/Aramese literatuur blijkt dat ophangingen aan een paal met dwarsbalk in de oudheid helemaal niet werden uitgevoerd, kan zijn argument over ophanging aan een paal moeilijk genegeerd worden.

In de oorspronkelijke religieuze geschriften waaruit later het 'Nieuwe Testament' werd gedistilleerd, is enkel sprake van een 'staurus' die de Zoon van God naar de heuvel buiten de muren van Jeruzalem moest dragen. Veel historici vertaalden dat woord als 'kruis', maar 'paal' is een betere vertaling, schrijft de Zweedse theoloog.

Volgens Samuelsson liggen tradities van de rooms-katholieke kerk en veel later gemaakte artistieke interpretaties van een 'staurus' aan de basis van het beeld van een aan een paal met dwarsbalk gekruisigde Christus. Maar antieke teksten die deze stelling staven, zijn er dus niet. Er bestaan ook geen antieke muurschilderingen of reliefs die dateren uit de eerste eeuw na Christus, waarop misdadigers of religieuzen aan een kruis genageld werden.

Hoe dan ook: het is uiterst onwaarschijnlijk dat de katholieke kerk en alle andere religies die op de christelijke leer gebaseerd zijn, het beeld van Jezus die aan een kruis genageld werd ooit zullen vervangen door een Christus aan een paal. Voor diepgelovigen maakt het ook niets uit hoe Christus gestorven is. Alleen zijn bijbelse boodschap is voor hen van belang.