1962-leven-en-werk-03

Leven en werk van Antoine Bomon - 1962 -03

Weer wat meer ademruimte... met dank aan het Citadelpark

 

De eerste week brengt mama ons elke morgen naar school en haalt ze ons na schooltijd weer af. Intussen is mama's angst dat papa ons zal komen terughalen wat afgezwakt en vanaf de tweede week mogen mijn broertje en ik alleen naar school.

De kortste weg van ons appartement in de Koningin Astridlaan naar onze school is dwars door het Citadelpark.

Voor mijn broertje en mij zijn het naar school gaan en het terugkeren naar huis dan ook de mooiste momenten van de dag. Het is uiteraard niet te vergelijken met de natuurlijke uitgestrektheid van ons geboortedorp, maar in het Citadelpark kunnen we weer eens de geuren van bomen, struiken en gras opsnuiven en de vogels horen zingen, wat ons innerlijk opnieuw een beetje warmte geeft. Als kinderen van het platteland zijn we nu eenmaal vergroeid met de natuur; het bloed dat door ons lichaam stroomt heeft bij wijze van spreken een groene aura.

 

Kort daarop mogen mijn broertje en ik de woensdagnamiddagen en in de weekends alleen naar het Citadelpark. We ontdekken dat er naast het vroegere casino een grote zandbak is met mooie speeltoestellen. We ontdekken de vijvers en kunstmatige grotten, de prachtige standbeelden, de rozentuin, de goed onderhouden bloemperkjes, de kiosk en het oude openluchttheater. Maar we ontdekken ook de parkwachter die doorlopend een oogje in het zeil houdt en ons streng verbiedt om in bomen te klimmen, tussen de struiken te spelen en over de grasperkjes te lopen (deze zijn in de jaren zestig nog afgezet met lage paaltjes en ijzerdraad; liggen zonnen, lezen of luieren op het gras is nog niet toegelaten).

 

We vinden in het Citadelpark dus zeker niet de onbegrensde vrijheid terug waar we in ons dorp konden van genieten, maar alles is beter dan de luxueuze 'gevangenis' waar we na onze aankomst te Gent enkele weken in vast zaten. Het contact met het groen in het park geeft ons elke dag wat nieuwe energie. Het Citadelpark wordt in de daaropvolgende vijf-zes jaar zelfs zowat onze "tweede thuis", waar we heel wat avonturen beleven en waar ik zelfs mijn eerste 'liefjes' ontmoet. Dat laatste stelt me in staat mijn Dianneke eindelijk los te laten.

 

Het Citadelpark in een notedop

 

Het Citadelpark is ongetwijfeld het meest feeërieke park van Gent. Het ligt in het stadscentrum op een heuvelkam tussen Schelde en Leie. Dit stadspark is aangelegd in 1875 op de plaats waar eerder de Hollandse citadel van Gent stond, gebouwd tussen 1819 en 1831 onder het bewind van de Nederlandse koning Willem 1, om de Gentenaars tegen de invallen van de Franse troepen te beschermen. De gronden worden in 1870-1871 aangekocht door voormalig burgemeester Charles de Kerchove de Denterghem. De militaire citadel, een van de grootste en meest moderne van zijn tijd in Europa en intussen omgevormd tot infanterie- en artilleriekazerne, blijft functioneren tot 1870.

Het duurt tot 1874 voor een definitief urbanisatieplan van J. Hofman voor de nieuwe wijk goedgekeurd wordt. Een oppervlakte van 26 hectare wordt park met lanen, 18 hectare wordt bouwgrond aan de aflijnende boulevards (voormalige Citadellaan, later Charles de Kerchovelaan, Koning Leopold II-laan en zijstraten naar de Kortrijksesteenweg), 4,5 hectare - het centrale gedeelte, namelijk de vijfhoekige ring - blijft kazerne. In minder dan vijf jaar is het nieuwe kwartier aangelegd.

Bij de aanleg van het park wordt gebruik gemaakt van de bestaande natuurlijke hellingen en relicten van de vroegere citadel. Hier en daar zijn er nog delen van de met veel moeite afgebroken kazematten terug te vinden.

Het park wordt heraangelegd in 1913 en er komen gebouwen in het middel van het park om de wereldtentoonstelling van 1913 te huisvesten. Deze gebouwen functioneren later als Casino, Feest- & Floraliënpaleis en ook het 'Kuipke' is erin gevestigd (het 'Kuipke' is een wielerpiste die vooral bekend is omwille van de Zesdaagse van Vlaanderen-Gent).

In 1930 verandert het uitzicht van het park opnieuw, nu in het kader van het eeuwfeest van Belgiës onafhankelijkheid.

Onder het park, dat vlak naast de Leopoldskazerne ligt, wordt in 1938 een bunker gebouwd in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, maar deze is nog niet klaar wanneer de Duitsers het land binnenvallen.

780 bomen, waaronder enkele zeldzame exemplaren, en minstens evenveel heesters vormen de groene long van het park. Standbeelden van de hand van onder meer Julius Lagae, Jacques van Lalaing en Yvonne Serruys verfraaien het park. Interessant zijn ook de Franse Rozentuin, de twee aangelegde vijvers (waarvan één met kunstgrotten en waterval), het overgebleven poortgebouw van de voormalige citadel, de muziekkiosk uit 1885, het

openluchttheater uit 1945 en het dierenasiel.

 

Sinds 1984 is het park een beschermd landschap.

 

Van het luxueuze appartement naar een eenvoudig rijhuis

 

Mama en haar minnaar sluiten zich aan bij de relegieuze sekte waarvan onze weldoenster (de eigenares van het huis die ons van de straat plukte) lid is. Maar gelukkig is deze veel minder dogmatisch dat de getuigen van Jehova en mijn broertje en ik worden door mama ook niet verplicht om mee te gaan naar de vergaderingen. We mogen intussen alleen op het appartement blijven of in het Citadelpark gaan spelen. Na schooltijd breng ik echter nog altijd het meeste van mijn tijd door met tekenen en schrijven. Het brengt me tot rust en ik geniet er ontzettend van.

 

Mijn broertje en ik proberen ons zo goed als maar mogelijk is aan te passen aan het stadsleven. We leren vlug wat Gents dialict spreken en het pesten op school vermindert. In het Citadelpark maken we zelfs al wat nieuwe vriendjes, maar ik blijf het moeilijk hebben met wat er de laatste jaren allemaal gebeurd is. Ik mis onze papa en ook Dianneke, Joël en het dorp waar ik mijn eerste elf levensjaren doorbracht. Willy, die we intussen al vlotjes "papa" noemen, zorgt goed voor ons. Hij is altijd rustig, vriendelijk, maar blijft toch doorgaans de zwijgzame eenzaat die hij altijd geweest is. Mama blijft ons omringen met alle liefde en genegenheid die een kind zich kan wensen. Maar ze hebben onderling vaak ruzie. Samenleven blijkt niet hetzelfde als in het geheim een relatie te hebben. Mama is heel jaloers. Als Willy een uurtje overwerkt denkt ze al meteen dat hij bij een andere vrouw zit en ze slingert hem dan van alle verwijten naar zijn hoofd als hij thuiskomt. Het is niet prettig om van die ruzies getuige te zijn. Ik vrees telkens dat het weer eens op een drama als dat wat we enkele maanden daarvoor meemaakten zal uitlopen. In mijn geest worstel ik ook nog altijd met de angst voor armageddon en met de vraag welke relegie de 'ware' is. Ik dool op dat vlak in een soort niemandsland. Ik ben nog altijd gelovig, maar kan voor mezelf niet uitmaken in wie of in wat ik nog moet geloven. Ik heb zeer slechte herinneringen aan de nonnen en aan de pastoor, en de getuigen van Jehova beschouw ik als wolven in een schapenvacht. Of erger nog: als monsters in sprookjesgewaden.

 

Al die psychische bekommernis en het knagende verdriet om de geliefden waar ik geen contact meer mee heb, hebben invloed op mijn schoolresultaten. De cijfers liegen er niet om. Behoorde ik in het atheneum te Zottegem nog tot de drie beste leerlingen; hier zit ik achteraan in het peleton. Alleen in opstellen schrijven en tekenen laat ik alle klasgenoten ver achter mij. Mijn leraar, meneer Coppieters, prijst me erom, zegt dat ik later een groot kunstenaar zal worden. Maar aan kunstenaar worden heb ik tot dan toe nog echt gedacht. Mijn allergrootste interesse gaat naar het leven van dier en plant en later bioloog worden staat bovenaan mijn lijstje van toekomstverwachtingen.

 

In de maand augustus van het jaar 1962 (we verblijven dan al ongeveer zes maanden in Gent) besluiten mama en onze "nieuwe papa" te verhuizen. Ze willen een eigen stek, met eigen meubelen en huisraad. Aan geld lenen denken ze niet. Willy heeft een niet onaardige spaarboek en is bereid dat geld volledig te besteden aan de aankoop van een inboedel. We vinden meteen een rijwoning aan een schappelijke huurprijs, in de Egmontstraat (later, na de fusie van gemeenten, herdoopt tot Lamoraal Van Egmontstraat). De Egmontstraat is een zijstraat van de Kortrijksesteenweg en de Leopold II laan. We blijven dus aan de rand van het Citadelpark wonen.

 

Onze nieuwe papa knapt samen met mama de woning helemaal op en kopen nieuwe meubelen en alle noodzakelijke huisraad. Geen 'luxe' spullen zoals een tv, telefoon of keukenmixer; gewoon het allernoodzakelijkste. Het huis heeft geen badkamer, maar wel drie slaapkamers. Zo krijgen mijn broertje en ik elk onze eigen kamer. Ik voel me daarbij de koning te rijk. Hier kan ik mij in alle rust terugtrekken en mijn hobby's ongestoord beoefenen.

De Lamoraal Van Egmontstraat. We wonen dus terug vlakbij het Citadelpark (foto: Google Maps).