de-kronieken-van-bomon-1950-03

De Kronieken van Bomon - 1950 - 03

Mijn grootouders langs mama’s kant in het jaar 1918.

Mama was 13 jaar toen de Tweede Wereldoorlog losbarstte. Ze was getuige van een aantal gruweldaden van de nazi's. Eén van haar broers was actief lid bij de “Witte Brigade”, de enige Belgische verzetsgroep die tijdens de oorlogsjaren contacten had met zowel de Belgische regering in ballingschap als met de Britse overheid.

Na de oorlog ging mama als inwonende hulp in dienst bij een middenstandsgezin te Gent, dat een grote winkel van naaimachines had.

 

Papa, geboren op 10 mei 1922 te Sint-Antelinks, een dorpje in het zuiden van de provincie Oost-Vlaanderen (thans deelgemeente van Herzele), was uit een veel ruwere steen gebeiteld. Hij had twee broers en een zus. Als jonge knaap droomde papa van een professionele loopbaan als wielrenner, maar de lange oorlog stak daar een stokje voor. Hij was zeventien jaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, net iets te jong om opgeroepen te worden voor militaire dienstplicht. Een goed jaar later werd hij echter door de Duitse bezetter van de boerderij van zijn ouders gehaald om verplicht in Duitsland te gaan werken. Hij kwam, na vier jaar dwangarbeid, uitgemergeld en stug uit de oorlogsjaren en zocht werk in de Limburgse kolenmijnen.

 

Hoe, waar en wanneer mijn ouders elkaar hebben leren kennen hebben ze mij nooit verteld. Hun geboortedorpen liggen slechts vijf en een halve kilometer uit elkaar, maar aangezien mama en haar familie al een hele tijd in Charleroi woonde en mama na de oorlog in Gent werkte, is het onwaarschijnlijk dat zij elkaar ergens op een veldwegeltje tegen het lijf gelopen zijn.

 

Van mama bezit ik geen enkele foto die dateert van vóór mijn geboorte. Zelfs mijn (nu nog in leven zijnde) meter, de twee jaar jongere zus van mama, heeft geen foto’s meer van vroeger.

Van papa heb ik er nog enkele...

Mijn grootouders en ouders

 

Van mijn grootouders langs papa's kant weet ik vrijwel niets. Er zijn geen foto's of documenten van hen bewaard gebleven. Ik heb ze nooit gezien en papa heeft er ook nooit veel over gesproken. Ik weet ook niet of ze nog in leven waren toen ik geboren werd. Ik herinner me zelfs hun namen niet. Ik weet alleen dat ze in de streek van Sint-Antelinks een landbouwbedrijf runden.

 

Van mama's ouders heb ik nog een foto. Mijn grootmoeder van mama's kant (Maria Goditiabois, telg uit een welstellend burgergezin), heb ik echter ook nooit gekend, want ze stierf al in 1938, twaalf jaar voor mijn geboorte.

 

Mijn grootvader (Leon Van Kerckhove), een gerespecteerde kunstsmid die zich zowel tussen arbeiders als in de betere kringen bewoog, kan ik me evenmin herinneren. Hij was mijn eerste peter, maar hij stierf toen ik drie jaar was. Volgens mama was hij een streng maar zeer rechtschapen mens.

 

Mama, geboren op 22 april 1927, groeide op in het landelijke Oost-Vlaamse woon- en landbouwdorp Ophasselt (thans een deelgemeente van de stad Geraardsbergen), in een vrij groot huis met landerijen. Haar vader boerde niet, maar hield er wel kleinvee op na voor eigen consumptie.

 

Mama had drie zussen en vier broers. Ze verloor haar moeder toen ze negen jaar was. Hoewel ze op die leeftijd de school moest verlaten om voor haar zussen en broers te zorgen, kreeg ze van haar vader thuis toch een degelijke Franstalige én Nederlandstalige opvoeding.

 

Een jaar na het overlijden van haar moeder hertrouwde haar vader met zijn 20 jaar jongere meid. Hij verhuisde met zijn hele gezin naar de Waalse industriestad Charleroi en verwekte daar in de daaropvolgende jaren nog eens acht kinderen bij zijn tweede vrouw.

 

Antoine Bomon - Grootouders

Papa op zijn “koersfiets”, dromend van een beloftevolle wielerloopbaan. 1938.

Papa op een moto uit de Tweede Wereldoorlog. 1950.