de-kronieken-van-bomon-godveerdegem-04

De Kronieken van Bomon - Over mijn geboortestreek - 04

Water- en windmolens

 

Van stromende beekjes naar idyllische watermolens is een logische volgende stap in ons historisch en heemkundig verhaaltje over het lichaam van mijn geboortestreek. Het is vrijwel vanzelfsprekend dat pientere geesten in zo een omgeving al enkele honderden jaren terug op het idee kwamen om energie uit het stromende water te halen. In de omgeving van Zottegem had je – zoals overal in de Zwalmstreek – vroeger verscheidene watermolens, waarmee graan werd gemalen en olie uit gewassen werd geperst. In Godveerdegem heb ik nooit het enorme rad van een watermolen gezien. Wel in het nabijgelegen dorpje Velzeke. Daar kun je trouwens nog altijd de eeuwenoude ‘Driesmolen’ bewonderen. Hij is gelegen langs de Beugelstraat, op ruim driehonderd meter van de kerk van Velzeke, op de weg naar het dorpje Strijpen.

Deze watermolen, die in de 17de eeuw gebouwd werd (op de gevel boven het rad staat in de muur het jaartal 1708, maar dat slaat ongetwijfeld op een verbouwing) ontleent zijn naam aan de vroegere dries (een braakliggende akker of weiland). In het begin van de 18de eeuw stond hier ook de ouderlijke hut van onze legendarische en beruchte Vlaamse schelm Jan De Lichte, die met zijn roversbende voor heel wat plaatselijk onheil zorgde. De Driesmolen is een onderdeel van een boerderij die in het landschap gehurkt zit en perfect de tijd van toen uitstraalt.

 

Binnenin de molen heeft het eeuwenlange gezwoeg van de mens de werkruimte gepolijst. De diepe sporen van het harde muldersvak zijn overal opvallend aanwezig, maar in het indrukwekkende raderwerk en het hele bewegingsmechanisme merk je ook onmiddellijk dat onze voorouders op technisch gebied al echte genieën waren.

Driesmolen - Velzeke
Watermolen - Strijpen

In Strijpen, een dorpje dat zijn naam te danken heeft aan het Oud-nederlandse woord "Stripa", wat een streep land betekent, ligt de ‘Molen Van den Borre’. Gelegen op de Traveinsbeek langs de Molenbeekstraat, driehonderd meter ten zuiden van de kerk van Strijpen, heeft deze traditionele boerderijmolen “de geschiedenis in steen en stof verstild”, zoals heemkundige Danny Lamarcq het op de officiële website van de stad Zottegem lyrisch omschrijft. Deze molen werd al in 1571 vermeld. Het sierlijke opschrift ‘Anno 1628’ boven de ingang slaat dus zeker niet op het oorspronkelijke bouwjaar, maar op een verbouwing achteraf. In het toen opgestelde ‘penningkohier’ (een soort belastingboek), ontdekte Danny Lamarcq dat een zekere Gauthier Alaert toen eigenaar was en de molen verpachtte aan de erfgenamen van Lieven Schauvlieghe. Voor de watermolen, de erbij horende boerderij en ruim twee bunder grond (ongeveer drie hectaren), moest de pachter daarvoor jaarlijks veertig pond parisis neertellen, plus twee “kapoenen” (vetgemeste, gecastreerde hanen), twee hazen, drie koppels patrijzen en zes karpers (allicht uit de molenvijver). In 1880 werd het houten mechanisme binnenin vervangen door gietijzeren conische wielen. De molenaar was dus duidelijk mee met zijn tijd en in 1889 plaatste hij een stoommachine, die intussen al lang weer verdwenen is. De huidige mulder, Remi De Muyter-Van den Borre, maalt nog regelmatig graan met waterkracht. Binnenin staat alles op een kluitje bij elkaar. Je kunt hier volgens Lamarcq de kleine ambachtelijke bedrijvigheid als het ware nog voelen, ruiken en proeven.

De molen heeft drie koppels maalstenen, met minstens één koppel uit Franse natuursteen. De steenkisten zijn vermoedelijk nog de originele uit de 17de eeuw, maar het meest unieke aan deze watermolen is het houten bovenslagrad, het enige houten bovenslagwiel in Oost-Vlaanderen. Hoewel er al in 1934 een elektrische motor in deze molen werd geïnstalleerd, liet eigenaar Jules De Clercq, die één geworden was met zijn molen, het waterwiel tot midden de jaren 1990 dagelijks draaien. Sindsdien viel het jammerlijk genoeg stil en trad het verval in. Maar wanneer je eens de toeristische Zwalmstreek verkent mag je een bezoekje aan deze nostalgische bezienswaardigheid zeker niet overslaan. De watermolen is al sinds 1983 als monument geklasseerd. En de onmiddellijke omgeving, waar mijn broer en ik eigenlijk pas in onze tienerjaren zo nu en dan eens op ontdekking gingen, werd tegelijk geklasseerd als dorpszicht.

 

Vroeger waren er nog tientallen andere watermolens in de streek. Zo had je ook nog in de gemeente Elene, op zo’n honderd meter van de kerk verwijderd, een watermolen die zelfs een verbondenheid heeft met Gent, de stad waar wij ons in 1961 vestigden. Deze molen werd in het jaar 1823 omschreven als "een molen door het water gedreven (dienende) alleenlijk tot het malen van graan. Hij is gelegen op eene beke welke weinig water oplevert en hem toelaat slechts eenige maanden per jaar te draayen". De aanwezigheid van een koppel pletterstenen laat vermoeden dat deze molen ook ooit als oliemolen werd gebruikt. Zijn geschiedenis gaat ver terug in de tijd. In het begin van de 19de eeuw was hij eigendom van de Gentse familie d’Hane-Steenhuyze. In 1879 kwam hij in handen van Gentenaar Leo Van den Hecke de Lembeke en in 1892 werd hij gedeeltelijk afgebroken. Door erfenis werd de molen in 1941 eigendom van Boudouin della Faille d’ Huysse. In zijn huidige vorm is er van de molen niet zo erg veel meer overgebleven. Waterbouwkundig bleef enkel het overdekte ijzeren bovenslagrad bewaard. Er is thans een restaurant in het verbouwde molencomplex gevestigd. Ik weet niet of het eten er lekker is en of men er bronwater uit de Molenbeek serveert. Maar als ik ooit eens langs Elene (dat nu bij Zottegem behoort) moet passeren, zal ik zeker niet nalaten een bezoekje te brengen aan restaurant ‘In den Groenen Hond’.

Windmolen Godveerdegem - Raymond Verstraeten
Windmolen Godveerdegem

In Godveerdegem torende ook eeuwenlang een windmolen uit boven het lichtjes golvend landschap. De 'Meulenkoutermolen' was aanvankelijk een houten korenwindmolen op de Meulenkouter, aan de vroegere Molenstraat of de huidige Tulpenstraat (sinds de fusie met Zottegem). Thans staat er de woning van de familie Van Impe (nr. 17).

Tijdens het Ancien Regime (ca. 1450 tot en met 1800) behoorde de molen toe aan de heren van de baronie Zottegem. De molen staat aangeduid in de penningkohieren van 1571 en 1577. De "cooren wintmuelen" maakte toen deel uit van de geconfisqueerde goederen van de familie Egmont (waar ik het in een volgende kroniek nog over heb). In 1571 werd de molen verpacht aan Jan van den Berghe voor 216 pond parisis per jaar; zes jaar later was zoon Gillis er molenaar.

 

In 1731 werd de molen herbouwd als staakmolen. Hij staat onder meer afgebeeld op de Ferrariskaart (ca. 1775), de "Carte des biens nationaux du Saint Chapitre de Cambrai, situés dans les communes de Godtveerdeghem et Erweteghem" (ca. 1800) en op de Poppkaart (ca. 1860). De staakmolen werd in 1865 vervangen door een stenen windmolen, type bergmolen, en ingericht als koren- en oliewindmolen. In 1891 werd de olie-inrichting verwijderd, zodat de molen nog uitsluitend graan maalde.

 

De molen inspireerde onder meer de Vlaamse kunstschilder Raymond Verstraeten (broer van de al eerder vermelde Gustaaf Verstraeten; Zottegem, 1874-1947) tot het maken van onderstaande pastel (37x 55cm). Links: Zo zagen mijn broertje en ik de molen nog tijdens de jaren vijftig. De overgebleven imposante romp met de verweerde kap werd in 1961 gesloopt.

De aan Zottegem vastgeniette dorpjes Erwetegem, Grotenberge, Oombergen en Sint-Lievens-Esse hadden ook ooit hun sierlijke water- en windmolens. Toen elektriciteit en verbrandingsmotoren sneller en efficiënter bleken te werken dan de krachten van wind en water, verdwenen ze één na één uit het landschap. Er zijn slechts hier en daar nog een paar restanten te zien.